Speech bij de presentatie van Het licht roept in de nacht – door Joke Verweerd

Joke VerweerdOp 26 november 2011 hield Joke Verweerd een lezing naar aanleiding van haar nieuwe boek Het licht roept in de nacht. Gedichten en gedachten rond Kerst in boekhandel De Echo te Huizen.

Een bundel met gedachten en gedichten rond het oude vertrouwde verhaal, de goede boodschap van kerst. Een verzameling van woorden en zinnen, die in de loop van dit voorjaar door mijn hoofd dwaalden om gevangen te worden.  Eigenlijk is de Kerstbundel er gekomen omdat ik met zoveel plezier aan de Paasbundel “Wakker worden in het licht” had gewerkt. Bij schrijvers lopen de dingen vaak wat door elkaar, met Kerst vorig jaar schreef ik de Paasbundel en met Pasen dit jaar de kerstbundel. Daarnaast zat en zit er nog een veel grote project in mijn hoofd, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Waar ik vandaag met jullie hier in Huizen even bij wil stilstaan is de volgende vraag: Is een boek van de schrijver of van de lezer? Misschien denkt u: Ván de schrijver, vóór de lezer.

Maar deze schrijver weigert daar genoegen mee te nemend, hoor! Dat geeft mij het gevoel dat ik alleen al het werk doe. Ik denk dat de lezer ook een rol heeft.

Ik zou het liefst zien dat mijn woorden bij u een bepaald effect hadden. Door mij opgediept, en met liefde en zorg voor u gerangschikt, in de hoop dat u reageert. Dat mijn actie een reactie oproept. En dat hoeft niet rechtstreeks naar mij, hoewel ik best blij ben met sommige berichten in  mijn mailbox, maar de reactie die mijn werk bij u oproept moet binnen uw eigen gedachten een verdieping bewerkstelligen, een verrijking als het kan . O, u mag het ook een leermoment vinden en er wordt wel geroepen van mijn werk dat het verkapte preken zijn. U mag zelf weten hoe u het noemt, als u maar niet zegt dat het hapklare brokken zijn, die je doorslikt zonder te proeven.

Alle kans dat u nu denkt, wat praten schrijvers toch warrig en ingewikkeld. Maar luister, het valt wel mee hoor. Ik bedoel : ik kan het uitleggen.

Alle mensen hebben een bepaalde voorraad woorden, dat noemen we “de woordenschat”.  Er wordt eigenlijk maar zelden een nieuw woord bedacht.  En als er een nieuw woord bedacht wordt dan staat het meestal ook meteen in de krant. Zoals b.v het woord  ‘kopvoddentax’ dat we te danken hebben aan ene meneer Wilders, die ik beslist niet tot mijn vriendenkring reken.

 Schrijven is dus niet zo zeer nieuwe woorden bedenken, maar veel meer  vertrouwde woorden zo rangschikken dat ze nieuwe beelden oproepen.  Wat ik schrijf, moet u zien. De omgeving die ik schets, daar moet u doorheen kunnen lopen, zich thuis kunnen voelen of zich juist ontzettend verbazen over een bepaalde situatie.  Maar als u zegt: waar gaat dit over, ik kan er niets mee, of het raakt me niet, dan legt u mijn boek weg en dan doet u het nooit meer open.

Dus doe ik mijn uiterste best op de combinatie van de woorden die ik voorhanden heb, zo verrassend en verfrissend mogelijk te maken. Het liefst zo dat u ervan gaat nadenken. Dat is de kracht van een goed geschreven verhaal: dat de lezer zich aangesproken voelt, dat hij zich laat ontroeren of schrikt of zich iets realiseert, misschien zich voor de kop slaat.  En dat doet de lezer alleen als hij of zij er een stukje van zichzelf in terugvindt.

Nu zijn we bij het woord dat belangrijk is: herkenning. Herkenning levert op dat u meevoelt, dat u twijfelt met de door mij beschreven twijfel, dat u een traan wegpinkt bij het door mij tot leven geroepen verdriet, maar ook natuurlijk dat u lacht bij de vreugde die ik voor uitspreid en dat u  dansen wilt bij het geluksmoment binnen de arena van het verhaal.

Ik moet u binnen het verhaal lokken , ik de hoop dat u het dan verder zelf doet. Vangen moet ik u en daarna weer loslaten, in de hoop dat u zich op de een of andere manier senang voelt bij de beelden die mijn woorden in uw hoofd oproepen. Het verhaal moet voor u gaan leven.

En dat is deze keer een bijzondere uitdaging geweest: want dat Kerstverhaal, hoe mooi ook, het is de vraag of we daaraan nog wel veel kunnen beleven. Want u hebt het al zo vaak gehoord, u hebt het al zo vaak doorverteld, u kunt het eigenlijk wel dromen, het lijkt voor uw emoties wel een gepasseerd station. Hoe kunnen we het zo vertellen dat het voor mij en voor u weer gaat leven? Dat is de vraag die ik mezelf steeds opnieuw heb gesteld.

Als een schrijver met een vraag loopt, dan moet er een antwoord komen. Als dat antwoord  er niet is, dan verzin ik het zelf.  Wel zo dat het herkenbaar is, menselijk, begrijpelijk, logisch en als het even kan subtiel. ontroerend en teder.

Zo heb ik  mijn vergrootglas gezet op die oude geschiedenis van een genadige God en zijn verloren wereld. Ik heb me aan de feiten gehouden, want die geloof ik, maar ik heb dat vergrootglas wel gezet op verrassende details, en soms vanuit een ongebruikelijk perspectief. 

En de lezer kijkt mee, over mijn schouder, door mijn vergrootglas. Ik hoop zo dat u iets verrassends ziet, iets wat u raakt en wat zich vast haakt in uw hart.   

Ik hoop dat u blij wordt van deze bundel.

November 2011
Joke Verweerd


De romans van Joke Verweerd haalden alle christelijke bestsellerlijstjes: De wintertuin, De rugzak, Permissie, Paradiso, Snoeitijd en Op de huid. Snoeitijd won in 2005 de Publieksprijs Christelijk Boek. Enkele van haar romans werden in het buitenland vertaald. Joke Verweerd publiceerde ook verhalen- en dichtbundels waarvan Het Licht roept in de nacht de meest recente is. Deze bundel verscheen in oktober bij Uitgeverij Mozaïek. Voor het complete oeuvre van Joke Verweerd bezoekt u haar website. Via haar website kunt u haar ook uitnodigen voor een lezing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s